Regels camera toezicht

Gemeenten mogen, indien dat noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde conform artikel 151c van de Gemeentewet, gebruikmaken van cameratoezicht in openbare ruimten (gebieden waar over het algemeen veel mensen samenkomen en waarvoor de gemeente verantwoordelijkheid draagt), zoals uitgaanscentra, wegen en pleinen.

Dit betekent dat videocamera's ingezet mogen worden voor de handhaving van de openbare orde. Ook kunnen camera's strafbare feiten registreren en daarmee bijdragen aan de opsporing ervan, maar dit mag in het kader van artikel 151c van de Gemeentewet niet het hoofddoel zijn.
 
De burgemeester is bij het toezicht op de openbare orde de verantwoordelijke, maar de operationele regie ligt conform artikel 151c lid 3 van de Gemeentewet bij de politie. De verwerking van de gegevens conform artikel 151c van de Gemeentewet is een verwerking als bedoeld in de Wet politiegegevens.
 
EVALUATIE WET CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN 
De Wet cameratoezicht op openbare plaatsen is in werking getreden op 1 februari 2006. De Eerste en Tweede Kamer werden hierna jaarlijks geïnformeerd over de ontwikkelingen wat betreft de aard, omvang en effectiviteit van cameratoezicht in Nederlandse gemeenten. Regioplan voerde hiertoe een vijfjarig monitoronderzoek uit. In 2010 vond het vijfde en laatste onderzoek onder alle Nederlandse gemeenten plaats. U vindt de rapporten over dit monitoronderzoek op de website van Regioplan.
 
CAMERATOEZICHT OP DE WERKPLEK
Een werkgever kan besluiten dat hij cameratoezicht binnen zijn bedrijf wil inzetten tegen diefstal of beschadiging van eigendommen. Hij wil hiertoe camera's ophangen bij de ingang, in het magazijn of bijvoorbeeld in de fabriekshal. Een werkgever moet echter aan een aantal voorwaarden voldoen voordat hij camera's mag ophangen in zijn bedrijf, want de inbreuk op de privacy van zijn werknemers is niet gering. Zo moet hij bijvoorbeeld beargumenteren waarom het bedrijfsbelang zwaarder weegt dan het privacybelang van de werknemers. Hierbij dient de werkgever een afweging te maken tussen de belangen en rechten van werknemers en de belangen van zijn bedrijf. Deze afweging moet hij kunnen verantwoorden tegenover zijn werknemers, de ondernemingsraad en eventueel het CBP of de rechter.
 
Heeft de werkgever een gerechtvaardigd belang om over te gaan tot cameratoezicht, dan is het allerbelangrijkste dat hij kenbaar maakt dat videocamera's aanwezig zijn. Doet hij dat niet, dan is hij strafbaar. Bij vermoeden van strafbare feiten kan de werkgever ook heimelijk cameratoezicht inzetten.
 
CAMERATOEZICHT EN DE ONDERNEMINGSRAAD
De ondernemingsraad (or) speelt een belangrijke rol bij de beslissing cameratoezicht in te zetten op de werkplek. Volgens de Wet op de ondernemingsraden (WOR) heeft de or instemmingsrecht bij het besluit om gebruik te gaan maken van personeelsvolgsystemen. Alle camerasystemen worden in de zin van de WOR beschouwd als personeelsvolgsysteem. De or moet dus instemming verlenen voordat er camera's geïnstalleerd worden.
 
CAMERATOEZICHT IN EN ROND WINKELS
Een winkelier wil graag camera's ophangen in en rond zijn winkel. Hij doet dit met het idee zijn eigendommen, klanten en personeel beter te kunnen beveiligen. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) laat cameratoezicht door winkeleigenaren toe, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Artikel 38 van het Vrijstellingsbesluit geeft een indicatie van op welke manier cameratoezicht is toegestaan. Let op: de winkelier moet zich hierbij altijd houden aan de algemene bepalingen van de Wbp.
 
Zo moet duidelijk kenbaar gemaakt worden aan klanten en personeel dat er cameratoezicht in de winkel aanwezig is. De winkelier kan dit bijvoorbeeld doen door het ophangen van een bordje. Doet hij dit niet, dan is hij strafbaar.
 
Cameratoezicht in winkels mag, mits het zo min mogelijk inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van klanten. Een camera in een pashokje plaatsen gaat dus te ver.
 
Cameratoezicht in winkels kan echter ook dienen als personeelsvolgsysteem. Kijk voor de regels die dan gelden bij Cameratoezicht op de werkplek.
 
CAMERATOEZICHT IN EN ROND WONINGEN
In en rond woningen kunnen camera's opgehangen worden voor bijvoorbeeld de beveiliging van eigendommen. Een woningbouwvereniging bijvoorbeeld kan besluiten over te gaan tot cameratoezicht bij woningen en flatgebouwen, maar ook een bewoner kan besluiten zijn woning te beveiligen met cameratoezicht.
 
Op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en artikel 38 van het Vrijstellingsbesluit is het niet verboden een camera op te hangen ter beveiliging van een woning of een flat. Toezicht houden op de hele straat gaat echter te ver. Op straat is het toezicht voorbehouden aan de gemeente en de politie. Ook de voordeur van andere woningen is de grens. Camera's moeten zodanig gericht worden dat ze nergens naar binnen filmen.
 
Daarnaast moet duidelijk gemaakt worden dat er cameratoezicht aanwezig is, bijvoorbeeld met een bordje of een sticker. Hierbij moet vermeld worden wie verantwoordelijk is voor het cameratoezicht, zodat een burger weet bij wie hij of zij moet aankloppen met verzoeken om informatie of voor het indienen van een klacht.
 
Als de camera geen beelden opneemt, is er geen sprake van een bestand in de zin van artikel 1 onder c Wbp en is de Wbp niet van toepassing. Dat betekent niet dat zo'n camera geen inbreuk op de privacy kan zijn. Als iemand het vermoeden heeft dat bijvoorbeeld een buurman hem of haar hinderlijk volgt (stalken) met een videocamera of webcam, dan kan diegene zijn buurman daarop aanspreken. Degene die last heeft van de camera kan dan, als hij er niet uitkomt met de buurman, de wijkagent vragen te bemiddelen. Daarnaast kan hij bij de politie aangifte doen van stalken of kan hij naar de rechter stappen met behulp van een advocaat.
 
CAMERATOEZICHT VOOR DE OPSPORING VAN STRAFBARE FEITEN
In de meest voorkomende situaties wordt cameratoezicht gebruikt voor het handhaven van de openbare orde en voor toezicht op de veiligheid van personen en eigendommen. In elke situatie geldt dat er zorgvuldig omgesprongen moet worden met de bescherming van persoonsgegevens. Afhankelijk van de situatie en wie verantwoordelijk is voor het cameratoezicht, is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Zo gelden er voor een werkgever die cameratoezicht inzet ter preventie van fraude en diefstal en daarbij beelden van werknemers vastlegt, andere regels dan voor een gemeente die camera's ophangt in openbare plaatsen, zoals drukke uitgaansgebieden.
 
OPSPORING VAN STRAFBARE FEITEN
Van een andere orde is het gebruik van camera’s voor de opsporing van strafbare feiten. Camera's worden dan ingezet met uitsluitend als doel strafbare feiten op te sporen en te komen tot vervolging van de verdachten van delicten die vastgelegd zijn. De politie gebruikt dan camera's om gericht een of meerdere verdachten of verdachte panden te observeren. De inzet van deze camera’s als opsporingsmiddel is gebonden aan speciale bevoegdheden, die in het Wetboek van Strafvordering zijn opgenomen. Deze bevoegdheden kunnen alleen met toestemming van de officier van justitie worden ingezet, op grond van artikel 126g Wetboek van Strafvordering. In andere situaties is het de politie niet toegestaan, al dan niet met behulp van een camera, een persoon stelselmatig te observeren. Dit themadossier gaat niet verder in op de inzet van cameratoezicht voor de opsporing van strafbare feiten vanwege de specifieke wet- en regelgeving. De situaties 1 tot en met 4 worden wel verder belicht.